Bouw wil best duurzamer, marktvraag ontbreekt

by claudia on June 30, 2010

Bouw in volle gang

Gaat een duurzame industrie wel samen met een concurrerende industrie? Deze vraag stond centraal in The Future of Industry, een onderzoeksproject van TNO in samenwerking met de VU en de UU, dat zojuist is afgerond. Het antwoord op deze vraag luidt: ja, mits er een spontane marktvraag is of de overheid bereid is die marktvraag te stimuleren. Want helaas ontstaat die marktvraag niet altijd vanzelf.

De onderzoekers concentreerden zich op drie sectoren: de chemie, de bouw en de zorg. Hoewel op zichzelf misschien verrassend, is algemeen bekend dat duurzame innovaties in de chemie veel vlotter tot stand komen dan bijvoorbeeld in de bouw. Maar al te vaak wordt de zwarte piet dan ook bij de bouw gelegd: daar zou de ambitie om duurzaam te innoveren ontbreken. Rosalinde Klein Woolthuis, als onderzoeker en adviseur van TNO betrokken bij dit onderzoeksproject: ‘Dit blijkt niet te kloppen. Het is bovendien aantoonbaar onjuist dat de bouw nauwelijks bijdraagt aan duurzame doelen.’

Bouw plukt geen vruchten
Klein Woolthuis en collega’s keken naar de dynamiek in deze sectoren en vergeleken ze met elkaar. Ze ontdekten waarom wat in de chemie wel mogelijk is, in de bouw niet kan. Met niet willen heeft dat niet zoveel van doen. ‘Natuurlijk is een deel van de bouwers enkel geïnteresseerd in business as usual. Deze ondernemers heb je overal. Interessanter is het feit dat in de bouwwereld, in tegenstelling tot in die van de chemie, degene die investeert in duurzaamheid de vruchten er niet van plukt. Geen bouwer gaat flink extra investeren in zijn huizen, zodat de toekomstige kopers een lagere energierekening zullen hebben. De bouwer zelf profiteert er niet van, maar ook de energiemaatschappijen niet.’

Chemie profiteert wel zelf
In de chemie is de context totaal anders. Wereldwijd zijn er maar vijf of zes grote chemische bedrijven die wel moeten investeren in duurzame innovaties, want anders is de concurrent hen voor. Vanwege het feit dat zo’n klein aantal enorme bedrijven de markt bepalen, gaan innovaties ook nog eens heel snel. De baten vloeien direct terug naar de bedrijven zelf. In tegenstelling tot de chemie is de bouw bovendien veel regionaler georganiseerd en opereren spelers in steeds wisselende coalities. Daardoor zijn zij meer op de kortere termijn belangen gefocust.

Bloemen zonder bijen
Toch bereiken bouwers met geleidelijke verbeteringen, afgedwongen door veranderende wetgeving, absoluut gezien nog behoorlijke resultaten. ‘Het is een grote sector, waar eigenlijk relatief gemakkelijk duurzaamheidwinst te behalen valt,’ zegt Klein Woolthuis. ‘Maar het is hier dus moeilijker om ingrijpende innovaties door te voeren. Hier is de rol die de overheid in het proces wil spelen cruciaal: willen zij die marktvraag stimuleren? Dat de bouw achterblijft komt ook doordat in de bouw relatief maar heel weinig externe adviseurs werkzaam zijn. Adviseurs verspreiden nieuwe kennis over innovatie, die ze bij bedrijf a opdoen en ook bij bedrijven b, c en d toepassen. Externe adviseurs spelen in innovatieprocessen vaak de rol van de bij die van bloem tot bloem vliegt en zo innovatie verspreidt. De bouw is eigenlijk een verzameling bloemen zonder bijen.’

Dit nieuwsbericht is onderdeel van de nieuwsbrief Strategie & Beleid van TNO van 30-06-10. Hier vindt u de gehele nieuwsbrief (en andere nieuwsberichten van mijn hand).

Previous post:

Next post: