Communicatie arts belangrijk voor genezing

by claudia on February 18, 2009

Jozien Bensing

Aandacht, empathie en goede communicatie bevorderen de genezing, blijkt uit nieuw wetenschappelijk onderzoek. Het is steeds moeilijker om deze ‘zachte’ kwaliteiten te negeren, omdat hersenwetenschappelijk onderzoek steeds vaker aantoont dat ze werken. Empathie kun je bijvoorbeeld zien in de hersenen, en je kunt het trainen.

De gevolgen van een empathische benadering ten opzichte van een zakelijke, kille benadering van een arts, kan dus ook worden onderzocht, en dat gebeurt ook. Goede communicatie komt niet alleen het welzijn van mensen ten goede, maar helpt ook bij de genezing, zegt prof. dr. Jozien Bensing, verbonden aan het Nederlands Instituut voor Onderzoek in de Gezondheidszorg NIVEL.

‘Patiënten geven aan dat ze aandacht willen, serieus willen worden genomen en dat de arts goed moet luisteren. Dit staat voor patiënten bovenaan het wensenlijstje als het gaat om artsenbezoek’, aldus Bensing. En aangezien patiënten steeds mondiger en machtiger worden, zullen artsen steeds meer aan deze verwachtingen willen voldoen, zo verwacht zij.

Een van de manieren waarop artsen door goede communicatie de genezing bevorderen, wordt wel het placebo-effect genoemd. Hier wordt de patiënt beter terwijl er objectief gezien geen aanleiding voor is. In bestaande literatuur  geven onderzoekers daarvoor drie typen verklaringen, zegt Bensing. Als zowel arts als patiënt erin geloven, dan is het placebo-effect groter dan wanneer ze er sceptischer tegenover staan.

Het wekken van verwachtingen, suggestief gedrag, blijkt zeer effectief. Het is in de cognitieve neurowetenschap bijvoorbeeld aangetoond dat de suggestie wekken dat een bepaalde pijnstiller gaat helpen, al helpt. De suggestie alleen al maakt dat endorfinen en dopaminen in de hersenen vrijkomen, die je beter doen voelen. Wie een bloeddrukverlagend middel neemt en tegelijkertijd een harde bel hoort, zal naar verloop van tijd z’n bloeddruk zien verlagen bij het horen van een harde bel, ook al zou hij een bloeddrukverhogend middel nemen. Tot slot blijkt het reduceren van angst belangrijk te zijn bij het placebo-effect. Empathische artsen zijn daar goed in.

Een goede arts maximaliseert het placebo-effect, zegt u dus eigenlijk. ‘Ja,  in klinisch onderzoek proberen onderzoekers gewoonlijk het placebo-effect te minimaliseren, omdat dit het zicht op de ‘echt’ werkzame behandeling wegneemt. Maar als placebo-effecten werken, moet je daar juist gebruik van maken en ze inbouwen in de behandeling. Goede artsen doen dat intuïtief. Het grondig onderzoeken van dit deel van de behandeling, daar gaan we nu mee starten.

Je kunt je voorstellen dat als het om pijn en angst gaat, zelfs de meest afstandelijke arts empathischer wordt als de patiënt gaat huilen. Dit zorgt voor veel ruis in klinisch onderzoek dat al gedaan is. Want je wilt immers weten wat het effect op de patiënt is als de arts afstandelijk en niet-empathisch blijft. We gaan daarom onderzoek doen bij vrouwen met menstruatiepijn, dat niet zo ernstig is dat we artsen in de problemen brengen als we van hen vragen afstandelijk te blijven. We hebben inmiddels toestemming van de ethische commissie om dit onderzoek te beginnen. We vergelijken de resultaten dan met die van artsen die zich veel empathischer opstellen. ’

Ook op een heel andere manier bevordert een arts die goed communiceert de gezondheid van patiënten. Bensing houdt zich ook bezig met onderzoek naar therapietrouw, ofwel hoe trouw mensen hun pillen nemen of zich anderszins houden aan de afspraken met de arts. Bensing: ‘Hoe vaak, denkt u, wordt in de spreekkamer de vraag gesteld of de patiënt zijn medicijnen wel neemt? In nog geen 10% van de gevallen! Tien procent!’ Als een patiënt z’n medicijnen niet neemt, om wat voor reden dan ook, zwijgt hij erover uit schaamte of schuldgevoel.

De arts vraagt er niet naar, maar merkt wel dat de patiënt niet beter wordt en verhoogt de dosis. Dit kan heel gevaarlijk zijn. ‘Stel, zo’n patiënt belandt met een acuut probleem in het ziekenhuis. Daar gaat men na welke medicijnen hij neemt, en die worden toegediend. In een veel te hoge dosis, waar de patiënt helemaal niet aan gewend is. Dit kan in een uiterst geval zelfs zo complicerend zijn bij z’n zieke toestand, dat de patiënt overlijdt.’

Vraag is waaróm artsen er dan niet over praten. Uit tijdgebrek, zeggen ze, aldus Bensing. Maar ze weten volgens haar ook niet hoe ze dat moeten aanpakken. Er is immers voor nodig dat  artsen een schuldloze sfeer weten te creëren waarin patiënten zich veilig voelen om zich uit te spreken. ‘Het systeem zoals we dat hebben gecreëerd werkt ook niet mee. Iets waarvoor je betaalt, is belangrijk. Iets waarvoor je niet betaalt, niet. Een medische interventie zoals het geven van een vaccinatie of het doen van een operatie, wordt vergoed. Een  gesprek over therapietrouw niet. We zouden ook voor het bespreken van therapietrouw moeten laten betalen. Dat is naar mijn idee het enige dat zou werken.’

Bensing is veel voor onderzoek in het buitenland. Zo zag ze dat in de Verenigde Staten goede communicatie een belangrijk issue is. Er worden miljoenen dollars in communicatie gepompt, niet omdat ziekenhuizen opeens het licht hebben gezien, maar om het aantal processen dat patiënten tegen hun behandelaars aanspannen zoveel mogelijk te minimaliseren. Er bleek namelijk een directe relatie te bestaan tussen het aantal processen en slechte communicatie. ‘Overigens doen wij het vergeleken met bijvoorbeeld Italië en Duitsland nog helemaal niet zo beroerd. De situatie in Italië kun je vergelijken met Nederland dertig jaar geleden.’

Haar enorme collectie opnamen laat zien dat er de laatste dertig jaar in Nederland onder huisartsen veel veranderd is. Zij hebben haar onderzoeksresultaten van meet af aan gebruikt in de opleiding en zijn al eind jaren 70 begonnen met het trainen van communicatie met patiënten. ‘Dit geldt voor specialisten helaas nog niet.  Daar zie je enerzijds soms natuurtalenten, maar helaas vaker artsen die nog een wereld te winnen hebben op dit gebied.’

Is de privacy van de patiënten en artsen in gevaar? ‘We hebben ons steeds aan geldende wetgeving gehouden en de betrokkenen gevraagd of we het materiaal mochten gebruiken voor onderzoek.’ Het gebruiken van het materiaal werd een stuk gemakkelijker toen het in de loop van de jaren gecodeerd werd volgens een aantal observatiesystemen. Dit houdt in dat een gesprek in bijvoorbeeld 36 elkaar uitsluitende codes wordt gecodeerd, zoals: iemand begroeten, iemand een sociaal/medische vraag stellen, enzovoort. Ook oogcontact maken en andere non-verbale communicatie komen terecht in een code. ‘Zo boots je de structuur van het gesprek na en heb je het beeld niet meer nodig voor je onderzoek. Dit materiaal wordt nu ook door buitenlandse onderzoekers gebruikt.’

Zijn patiënten mondiger dan vroeger? Ja en nee, zegt Bensing. De stem van de patiënt wordt belangrijker, in de hele Europese Unie. ‘Maar uit onze video-opnamen blijkt ook dat sinds de computer op de werktafel staat, de patiënt juist minder mondig is geworden. Als de arts op z’n beeldscherm kijkt, houdt de patiënt namelijk op met praten. Dit effect moet je niet onderschatten. De patiënt is niet alleen bang om dood te gaan, maar ook bang dat hij niet kan verwoorden wat hij voelt. Het laatste wordt bepaald niet makkelijker met een arts achter een beeldscherm. De patiënt zit daar namelijk verweesd naast.’

Dit artikel verscheen op 18-02-09 in het Financieele  Dagblad

Previous post:

Next post: