De impact van web-based diensten op de Europese economie

by claudia on December 21, 2011

Europa loopt bepaald niet voorop in de interneteconomie. Grote online spelers als Facebook en Amazon zijn bijna uitsluitend Amerikaans. Inmiddels verplaatsen allerlei economische activiteiten zich razendsnel naar het Web en de open platformen in ‘de Cloud’. Reden voor Eurocommissaris Kroes om een studie te laten doen naar web based diensten en applications (apps). TNO trekt deze studie voor de Europese Commissie.

Centrale vragen in deze studie zijn: Wat is de  invloed van open webplatformen op de Europese economie, wie zijn de spelers, en welke ontwikkelingen staan ons nog te wachten? Web-based diensten zijn een belangrijke motor van diensteninnovatie. In Nederland genereert de dienstensector 80% van de banen en 70% van het BNP. Terwijl het belang van de dienstensector toeneemt, hebben we nog nauwelijks zicht op de ontwikkeling van web-based diensten en platformen. De impact van Facebook, apps, e-readers en andere online-diensten op de dienstensector zal ook in Europa groot zijn.  Dit besef is nog niet overal in de EU doorgedrongen. Bas Kotterink, TNO: ‘Azië en Amerika gaan ons ondertussen links en rechts voorbij. Toch is het om allerlei redenen belangrijk dat Europa een vinger in de pap houdt. Niet alleen vanwege de groei en innovatie in deze markt, waar wij in Europa ook ons voordeel mee kunnen doen. Het is ook belangrijk dat we zicht houden op regulering in een wereld van open platformen.’

Regulering belangrijk

In Amerika is immers meer geoorloofd dan in Europa, en in Azië in veel gevallen nog meer. Bedrijven kunnen daar legaal over veel meer privacygevoelige informatie beschikken dan momenteel bij ons is toegestaan. Kotterink: ‘Over cybercrime hebben we het dan nog niet eens. We kunnen het ons niet veroorloven achteraan te hobbelen, en Eurocommissaris Kroes beseft dit maar al te goed.’ Dit onderzoek, dat TNO samen met DELOITTE en het Franse IDATE uitvoert, vormt een belangrijke voorbereiding voor het achtste kaderprogramma, dat de Europese Commissie momenteel voorbereidt. De vragen die de studie oproept op economisch en maatschappelijk gebied zullen de basis zijn voor nieuwe onderzoeksprogramma’s.

Open platformen zijn hot

Op dit moment zijn de ontwikkelingen, aldus Kotterink, als volgt. Traditionele ICT en andere zakelijke en publieke dienstverlening verdwijnen naar open platformen. Ze worden online aangeboden, in plaats van lokaal met hard- en software gebouwd. Je betaalt voor het gebruik van een dienst, de systemen die de dienst mogelijk maken worden online aangeboden. Alle betrokken data zijn in handen van bedrijven die achter de schermen zorgen dat de Cloud functioneert. Denk aan zoekmachines als Yahoo en Google, e-commerce als e-Bay en Amazon, betaalsystemen als Paypal, en netwerkplatformen als Facebook en LinkedIn. ‘De toegevoegde waarde komt uit de apps en diensten,’ aldus Kotterink. ‘Achter deze ‘front end’ diensten zitten bedrijven die ‘Cloud content’ en data hosten op grote ‘serverfarms’. Een stap daaronder zitten netwerk- en infrastructuurbedrijven als Telecombedrijven. In deze web-based dienstverlening komen we relatief weinig Europese spelers tegen.’

Nieuwe verdienmodellen

Op het eerste gezicht lijkt het alsof er ook niet veel te verdienen valt. Al die ‘front end’  diensten zijn toch gratis? ‘Vergis je niet. Basisgebruik is vaak gratis, maar wil je meer, of iets anders dan ga je betalen. Ook zijn er abonnementdiensten zoals het razend populaire Spotify, waar je muziek kunt downloaden. Apple heeft recentelijk zijn iCLOUD gelanceerd. Daar betaal je voor betere toegang tot de muziek die je al hebt. Deze bedrijven hebben vaak enorme aantallen klanten aan zich gebonden en dat is dan weer interessant voor bedrijven op zoek naar klantdata en gedrag. Zo ontwikkelt de markt zich snel.’ De TNO studie is  gestart in september 2011. Naast een studie naar de impact van webdiensten houden zij ook een brede stakeholder consultatie. Ze willen kleine innovatieve bedrijven mobiliseren en bij het onderzoek betrokken houden via sociale media.

Previous post:

Next post: