De obstakels tot duurzaam textiel

by claudia on March 26, 2011

B-frnk pilot collectie zomer 2011

In 2050 zijn er ongeveer 9 miljard mensen die voedsel, kleding en behuizing nodig hebben. Als we op de huidige manier blijven produceren zal het niet lukken om aan de vraag te voldoen, voorspellen deskundigen. Vriend en vijand zijn erover eens dat we duurzamer en anders moeten gaan produceren. De een zoekt het vooral in technologie, de ander in consuminderen.

Hoe dan ook, we zullen het gebruik van beperkte natuurlijke grondstoffen moeten vervangen door alternatieven en naar een kringloopsamenleving toe moeten. Een samenleving die zo produceert, dat het ene product na gebruik weer als grondstof voor een ander product kan dienen (cradle-to-cradle).

Ook in de textielindustrie zal het roer om moeten. Dat gaat niet vanzelf. Wat komen bedrijven die duurzamer willen produceren,  aan belemmeringen tegen?

Textielindustrie mondiaal gebeuren

De textielindustrie, met name die voor kleding, bestaat uit heel veel deelprocessen, die over de hele aardbol plaatsvinden. De grondstof, katoen bijvoorbeeld, kan biologisch geteeld zijn. Maar het proces van spinnen en kleuren hoeft helemaal niet duurzaam te zijn. Omdat zoveel partijen betrokken zijn, is het heel lastig het proces-als-geheel duurzamer te maken. Iedere partij moet willen en moet willen bijdragen. Dit is gemakkelijker met vier, dan met veertien of vierentwintig betrokken partijen te realiseren.

Brennels

Verduurzamen kost geld

Geen verduurzaming zonder investeringen. Investeringen willen Nederlandse bedrijven in het algemeen in twee tot vijf jaar terugverdienen. Maar verduurzaming heeft vaak meer tijd nodig. De kosten en baten die verduurzaming met zich meebrengt moeten, wil het werken, eerlijk worden verdeeld. Met de huidige ongelijke politieke en economische machtsverhoudingen lijkt dat een mooi, maar weinig realistisch streven.

Ontwikkeling nieuwe producten kost veel tijd

Een nieuw vezel ontwikkelen en in de markt zetten? Trek er maar gerust acht tot tien jaar voor uit. Een milieuvriendelijke nieuwe verf ontwikkelen? Dat kost een jaar of twee, drie, maar voordat het textiel in de winkel hangt ben je weer vijf tot zes jaar verder. Je moet voldoende vooruitziend zijn, idealistisch, of beide, om hieraan te beginnen.

Brennels

Normen en wetgeving verschillen

In een mondiale markt is sprake van allerlei lokale wetgeving die niet op elkaar aansluit, als er al sprake is van wetgeving op dit gebied. Over wat minimale sociale normen zijn, worden we het gemakkelijker eens dan wat minimale milieueisen moeten zijn. Stel  je eisen aan het artikel, aan het productieproces, of beide? Duurzaamheid is een enorm complex gebied, wetenschappelijk nog lang niet uitgekristalliseerd. De vraag naar de duurzaamste optie is lang niet altijd makkelijk te beantwoorden. Maar ook andere zaken spelen een rol. Van maissuiker en soja kun je textiel maken. Je kunt het echter ook eten. De vraag wat de beste keuze is, zal per situatie verschillen.

Het is niet altijd wat het lijkt

Er zijn veel certificaten in omloop die allemaal weer op eigen normen gebaseerd zijn. Grote bedrijven als C&A en H&M zijn bijvoorbeeld lid van Textile Exchange. Deze organisatie werkt met twee certificeringen: OE 100 en OE Blended. OE 100 betekent dat minimaal 95% van de stof uit gecertificeerde biologische katoen bestaat. OE Blended geeft aan dat er meer dan 5% gecertificeerde katoen in zit. Koop je een t-shirt van biologische katoen, dan is het vrij waarschijnlijk dat het niet echt om 100% biologische katoen gaat. Dit kan het merkwaardige gegeven verklaren dat er veel meer biologische katoen wordt verkocht dan er wordt geproduceerd.

Brennels

De vraag is niet groot

Je ziet het vaak aan textiel als het duurzamer gemaakt is. Trek je je van duurzaamheid niks aan, dan is het veel gemakkelijker zachte, sterke, flexibele producten te maken in alle kleuren van de regenboog. Comfort en gebruiksgemak betekent vaak extra milieuvervuilende processen, die ook weer energie kosten. Consumenten beseffen dit niet. Ze zijn gewend aan schoonheid en comfort en zolang zij niet beter weten, blijven ze daarvoor kiezen. Milieuvriendelijk produceren is nu nog produceren voor een relatief kleine markt. Er zijn ondernemers die er toch al voor kiezen: de voorlopers.

Bedrijven die durven en doen

Ze zijn er dus wel, voorlopers die investeren in ecologische productie, duurzamere technologie, cradle-to-cradle productie en strenge certificering. Enkele voorbeelden in de interieurbranche zijn Raymakers (Helmond), Artex (Helmond), Inofa (Tilburg), Verosol (Eibergen) en Rubia Pigmentalia Naturalia. In de mode gaat het om bijvoorbeeld Patagonia en Nederlandse labels als Brennels, B-frnk, Rianne de Witte en Van Markovic.

Concluderend – Regeren is vooruitzien. Dat duurzamer produceren moet, is zeker. Het is dan ook niet de vraag óf, maar wanneer andere bedrijven duurzamer gaan werken. En het zou best eens kunnen dat de huidige voorlopers over 20 jaar een voorsprong hebben opgebouwd, die nog maar moeilijk te evenaren is.

Met speciale dank aan de geïnterviewden voor dit artikel: Nienke Feddes en Ellen Atema (Brennels), Gea Eleveld (Fashion-up) en Marita Bartelet (Ecological Textiles)

Dit artikel schreef ik op verzoek van Stylink

Previous post:

Next post: