Raadsels grillig adolescentenbrein ontrafeld

by claudia on January 7, 2009

Adolescenten

Waarom maken pubers hun huiswerk vaak op het allerlaatste moment? Waarom zoeken ze het gevaar op, houden ze zich niet aan afspraken en kan hun stemming plotseling omslaan van vrolijkheid in pure woede? Nieuw onderzoeksresultaten  over het puberende brein bieden een verklaring. Er is hoop voor wanhopige ouders en vroeg grijs geworden leraren: deze resultaten kunnen nu al helpen bij opvoeding en onderwijs.

Dit recente hersenonderzoek is uitgevoerd door Eveline Crone en haar team van de afdeling ontwikkelingspsychologie en het Brain & Development Laboratorium in Leiden. Ze onderzochten het puberende brein met een fMRI-scan (zie onderaan dit artikel). Crone maakte deze kennis toegankelijk door het boekje ‘Het puberende brein’ te schrijven.

Pubers hebben vergeleken met volwassenen bijvoorbeeld nog gebrekkige planningsvaardigheden. Deze vaardigheden, die te maken hebben met flexibiliteit, controle, remming en sturing, zijn pas uitontwikkeld op hun 18e jaar. Hier gaat een periode aan vooraf waarin pubers sommige vaardigheden al wel, en sommige nog niet onder de knie hebben.

Crone verklaart dit als volgt. Hersenen bestaan uit verschillende structuren, die ieder een eigen functie hebben. Voor informatie onthouden en plannen hebben we het voorste gedeelte van de hersenen, de frontale cortex, nodig. ‘Als kinderen in de pubertijd komen gaan de hersengebieden zich specifieker ontwikkelen. Dat ontwikkelen van diverse hersengebieden gebeurt niet met dezelfde snelheid’, aldus Crone.

‘En juist die snelheid van veranderingen is bepalend voor de vaardigheden die adolescenten onder de knie krijgen terwijl ze opgroeien. Als bijvoorbeeld het gebied voor ‘emotionele kicks’ al in gang is gezet, maar het gebied dat belangrijk is voor het temmen van emoties nog aan het rijpen is, dan is de adolescent tijdelijk in een risicofase.’

Dat de hersengebieden die belangrijk zijn bij planningsvaardigheden lang niet altijd gerijpt zijn op veertienjarige leeftijd, is ook de reden dat ze afspraken vergeten over wanneer ze thuis moeten zijn, en als ze vroeg gaan drinken vaak geen maat kunnen houden. Crone: ‘Daarom is het verreweg het beste te proberen je kinderen niet te laten drinken voor hun zestiende; als ze er later mee in aanraking komen, kunnen ze makkelijker weigeren, of matigen.’

Ook voor de inrichting van het onderwijs heeft dit inzicht belangrijke consequenties. Het is niet realistisch te vroeg van leerlingen te verwachten dat ze zelfstandig kunnen werken. Ze zijn er immers in de vroege adolescentie simpelweg nog niet aan toe.

Een ander belangrijk verschil tussen pubers en volwassenen is de emotionele instabiliteit van pubers. Crone’s onderzoek richt zich op adolescenten, jongeren tussen  10 en  22 jaar. In de periode die we pubertijd noemen, de periode tussen de 10-15 jaar, zijn de hormonale veranderingen het grootst. Pubers worden dan seksueel volwassen. Hormonen beïnvloeden hersenfuncties, en dus gedrag. Crone: ‘Tijdens de pubertijd zorgen hormonale schommelingen ervoor dat de hersengebieden die belangrijk zijn voor het verwerken van emoties, overuren draaien. Vandaar de soms hevige stemmingswisselingen.’

Verschillen tussen adolescenten en volwassenen vallen soms ook in het voordeel van de pubers uit, vindt Crone. Flexibeler hersenen dan die van volwassenen bieden namelijk extra mogelijkheden. Vraag een puber een ingewikkeld technisch apparaat aan de praat te krijgen of een ingewikkeld probleem op de computer op te lossen; grote kans dat het lukt. Ook zijn pubers vaak muzikaler, idealistischer en beter in sport dan volwassenen. Crone denkt dat het komt omdat adolescenten tijdelijk kunnen beschikken over extra werkkracht in de hersengebieden die hiervoor belangrijk zijn.

Dit verklaart ze als volgt. In de adolescentieperiode verandert de verhouding tussen de hoeveelheid witte en grijze stof waaruit de hersenen zijn opgebouwd. De grijze stof is het deel van de hersenen dat werkkracht heeft, terwijl de witte stof belangrijk is voor de verbinding van hersencellen. De grijze stof neemt eerst fors toe, om vervolgens langzamerhand weer wat af te nemen. Tegelijkertijd neemt de hoeveelheid witte stof gestaag toe.

Dit samenspel zorgt ervoor dat uiteindelijk alleen die cellen en connecties overblijven die het het beste doen. ‘In de hersengebieden die belangrijk zijn voor creativiteit en vindingrijkheid, muzikaliteit, sport en maatschappelijke betrokkenheid (idealisme) wordt als laatste gesnoeid in de verbindingen. Extra werkkracht is hier nog relatief lang aan de orde, reden waarom we denken dat pubers er vaak zo goed in zijn.’

Het puberende brein, Bert Bakker, 2008.

Hersenonderzoek met een fMRI-scan
Nieuw aan het onderzoek van Crone is dat zij bij pubers onderzocht welke hersengebieden zuurstofrijk zijn (en welke hersengebieden niet) tijdens het uitvoeren van bepaalde taken. Zuurstofrijke gebieden zijn delen van de hersenen die actief zijn. Daar bevinden zich relatief veel rode bloedlichaampjes, die veel ijzer bevatten. Het ijzer is te zien in een magnetisch veld, dat een MRI-scan zichtbaar maakt.

Terwijl jongeren in de scanner liggen kijken zij via een spiegel op een beeldscherm en drukken zij op knoppen om keuzes te maken. De scanner meet de magnetische verandering in het bloed als gevolg van de toe- en afname van ijzer. Op deze manier legt het apparaat heel nauwkeurig vast welke hersengebieden op een bepaald moment actief zijn.

Een voorbeeld. Een puber bezit geld en staat voor de beslissing: houd ik nu alles voor mezelf, of ga ik het delen met anderen? Bij volwassenen blijken veel specifiekere hersengebieden actief bij deze overweging dan bij pubers. Dit betekent dat het gebied in de hersenen dat actief is als iemand rekening houdt met anderen bij pubers nog niet is uitontwikkeld.

Doordat de onderzoekers een functionele MRI-scan gebruiken hoeven ze niets in te spuiten en is deze onderzoeksmethode volledig veilig, ook voor kinderen.

Het Brain & Development Laboratorium (www.brainanddevelopmentlab.nl) in Leiden werd door Eveline Crone opgericht in 2005. Er is een speciale website over het onderzoek met jongeren van 8-25 jaar, zie www.hersenen-in-actie.nl. Hier kunt u ook uw kind aanmelden.

Dit artikel verscheen in het Financieele Dagblad van 07-01-09

Previous post:

Next post: