Soms Prozac, soms Sint-Janskruid

by claudia on April 18, 2009

Psychiater Rogier Hoenders

Er gaat veel veranderen in de psychiatrie. Als u angstig of depressief bent zult u in de toekomst misschien Sint-Janskruid, Valeriaan of vitaminepillen voorgeschreven krijgen. Psychiaters zullen niet alleen meer  gesprekken en gebruikelijke medicijnen voorschrijven, zoals antidepressiva en middelen tegen angsten of psychoses, maar ook aanvullende middelen en therapieën, die nu nog minder bekend zijn.

Een voorbeeld is neurofeedback, waarbij iemand leert controle te krijgen over zijn of haar hersengolven, zodat bijvoorbeeld klachten als gevolg van ADHD (Attention-Deficit / Hyperactivity Disorder, oftewel aandachtstekort / hyperactiviteitstoornis) kunnen verminderen. Of EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing), waarbij mensen die een trauma of verlies te verwerken hebben baat kunnen hebben door het maken van snelle oogbewegingen.

Ook lichttherapie (waarbij een dagelijkse extra hoeveelheid licht depressieve gevoelens kan verminderen), mindfulness (een meditatietechniek waarbij u meer in het nu leert leven), massage, yoga (oefeningen om meer beheersing over geest en lichaam te krijgen), hardlopen en leefstijlprogramma’s (zoals eet-, ontspannings- en beweegadviezen) kunnen u worden aangeboden.

Pionier op dit gebied is de jonge psychiater en onderzoeker Rogier Hoenders. Hij is werkzaam bij Lentis, een reguliere instelling voor geestelijke gezondheid in Groningen. Daarnaast is hij oprichter van het Centrum voor Integrale Psychiatrie, onderdeel van Lentis. Jaarlijks organiseert het Centrum een Congres Integrale Psychiatrie waar gemiddeld duizend belangstellenden op af komen.

Wat hebben we aan integrale psychiatrie? Hoenders: ‘Doordat we complementaire en alternatieve geneeswijzen in de reguliere psychiatrie integreren, denken we patiënten nog beter te kunnen helpen. Dit doen we overigens wel op basis van wetenschappelijk onderzoek naar veiligheid en effectiviteit, de wens van de patiënt en de expertise van de therapeut.’

Een voorbeeld van complementaire geneeswijzen die worden toegepast is Sint-Janskruid, hypericum perforatum. Dit middel is even bewezen effectief als gewone antidepressiva bij depressies. En het heeft 50% minder bijwerkingen. ‘Toch is het niet verstandig nu naar de apotheek te rennen en het zonder een arts in te lichten te combineren met eventuele andere medicijnen. Dat kan gevaarlijk zijn. De wisselwerking van deze stof met andere stoffen is soms schadelijk.’

Hoenders waarschuwt ook voor gebruik van een willekeurig potje hypericum uit de drogisterij. ‘De markt is niet goed gereguleerd. Je hebt een goed preparaat nodig, waarbij je zeker moet zijn van de hoeveelheid werkzame stof per pil. Zelf dokteren is geen goed plan.’

Hoenders is geen kritiekloze promotor van complementaire en alternatieve geneeswijzen, wel voorstander van een open en kritische benadering van ‘nieuwe’ geneeswijzen, onder het mom: onderzoek alles en behoud het goede.

Hebben psychiatrische patiënten wel behoefte aan aanvullende en complementaire geneeswijzen? ‘Nou en of,’ zegt Hoenders. ‘Eigen onderzoek wijst uit dat 43% van poliklinische psychiatrische patiënten in Groningen al complementaire en alternatieve geneeswijzen gebruiken tegen psychische klachten. Het wordt tijd, dacht ik, dat hier onderzoek naar wordt gedaan.’

De redenen om naar complementaire en alternatieve geneeswijzen te grijpen kunnen divers zijn: weerstand tegen het chemische karakter of de bijwerkingen van reguliere medicijnen of een voorkeur voor ‘natuurlijke’ middelen. Ook willen mensen soms meer tijd, aandacht en respect van de behandelaar, of zoeken ze een benadering van de gehele mens, in plaats van een ziek deel.

Hoe staat het met bewijsvoering? Clubs als de Vereniging tegen de Kwakzalverij wijzen er geregeld op dat alternatieve middelen en therapieën niet wetenschappelijke bewezen zijn en soms ronduit gevaarlijk, zeker na de ongelukkige geschiedenis van de actrice Sylvia Millecam. Ze stierf aan borstkanker, nadat ze reguliere behandeling had geweigerd. ‘Sylvia Millecam behoorde tot de vijf procent mensen die alleen maar alternatieve behandelingen wilde. Maar 95% van de mensen combineert reguliere zorg met alternatieve. Het is jammer dat discussies met name op haar geschiedenis focussen, en niet op de ervaringen van mensen die complementaire en alternatieve geneeswijzen combineren met reguliere zorg.’

Juist daar moet onderzoek naar worden gedaan, meent Hoenders. ‘Ik sluit me dan ook aan bij de Vereniging tegen de Kwakzalverij dat nader onderzoek onontbeerlijk is. Wij zijn er zelf ook mee bezig. Het is echter niet zo dat complementaire en alternatieve geneeswijzen allemaal onbewezen zijn. Voor Sint Janskruid, bepaalde voedingssupplementen en vitaminepreparaten, EMDR, neurofeedback en mindfulness is reeds een aanzienlijke hoeveelheid wetenschappelijk bewijs dat het werkt. Deze meest veelbelovende behandelingen integreren wij op onze polikliniek met reguliere behandelingen.’

Hoe werkt dat dan allemaal precies? ‘Sint-Janskruid bijvoorbeeld bevat de stoffen hypericine en hyperforine, die zorgen voor een toename van de neurotransmitter serotonine, hetgeen antidepressief werkt. Verschillende voedingssupplementen zorgen tevens voor een verhoging van neurotransmitters (serotonine en noradrenaline) in ons brein waardoor diverse psychische stoornissen verbeteren. Lichttherapie stimuleert de pijnappelklier (midden in onze hersenen) waardoor de biologische klok wordt gereguleerd.  En meditatie zorgt voor meer hersengolven die geassocieerd zijn met diepe rust en ontspanning, waarbij het immuunsysteem wordt gestimuleerd, de bloeddruk daalt en lichamelijk en geestelijke klachten verbeteren.

Toch is er ook nog veel onduidelijk. Er moet dus nog nader onderzoek plaatsvinden’, zegt Hoenders. ‘Maar dit geldt voor sommige reguliere behandelingen ook. En slechts 30-40% van de reguliere behandelingen in de geneeskunde zijn wetenschappelijk bewezen (‘evidence based’), en 60-70% dus niet. We moeten echter wel oppassen dat we niet uit enthousiasme voor wetenschappelijke bewijsvoering de patiënt uit het oog verliezen. In de integrale psychiatrie stellen we (de wens van) de patiënt juist centraal. Geneeskunst is mensenwerk, meer kunst dan kunde.’

Naast de Europese Commissie (zie onderaan dit artikel) heeft ook de World Health Organisation (WHO, 2003) gepleit voor meer onderzoek naar complementaire en alternatieve geneeswijzen, meer betrouwbare informatie verstrekking en implementatie van bewezen werkzame therapieën in de reguliere behandelingen. In Nederland leidden deze stellingnamen vooralsnog tot vrijwel niets. ‘Prof Ernst, de eerste hoogleraar complementaire geneeskunde uit Exeter, rekende uit dat 0, 008% van het budget dat jaarlijks beschikbaar is in het Verenigd Koninkrijk voor medisch wetenschappelijk onderzoek gaat naar complementaire en alternatieve geneeswijzen. In Nederland zal dat zeker niet beter zijn. 0,008%! Geen wonder dat we weinig vorderingen maken op dit gebied in Nederland,’ aldus Hoenders.

Onlangs besloot minister Klink tot het zwaarder straffen van alternatief werkende therapeuten en artsen bij gezondheidsclaims, die ze niet kunnen waar maken. ‘Prima, want wij vinden ook dat we kritisch en streng moeten kijken naar de kwaliteit van alle hulpverlening; alternatieve en reguliere. Maar het lijkt me wel verstandig dat hij daarnaast ook geld beschikbaar stelt voor goed onderzoek, zodat we beter het kaf van het koren kunnen scheiden.’

In de Verenigde Staten zijn ze al veel verder. Daar werken 43 vooraanstaande medische en universitaire centra (waaronder Harvard en Stanford), verenigd in het Consortium of Academic Health Centers for Integrative Medicine, samen aan behandeling met en onderzoek naar complementaire en alternatieve geneeswijzen (www.imconsortium.org). Belangstelling vanuit de politiek is er ook. Drie pioniers in de Integrative Medicine zijn onlangs in het Amerikaanse Congres gehoord, op uitnodiging van senator Harking.  Ook in andere landen, zoals Duitsland, Engeland en Canada, wordt de integrale aanpak steeds populairder.

www.lentis.nl/integralepsychiatrie
www.congresintegralepsychiatrie.nl

Europees parlement vroeg 12 jaar geleden al om onderzoek

Al in 1997 verzoekt het Europese parlement in een resolutie ‘een grondig onderzoek naar de veiligheid, de effectiviteit, het toepassingsgebied en het aanvullende dan wel alternatieve karakter van alle niet-conventionele geneeswijzen uit te voeren’. In de toelichting bij deze resolutie schrijft de commissie waarom ze dat van belang acht:

‘Uit opinieonderzoek in de verschillende lidstaten van de Europese Unie blijkt dat burgers in toenemende mate belangstelling tonen voor de niet-conventionele geneeskunde. In de landen waarover statistische gegevens beschikbaar zijn, maakt 20 tot 50% van de bevolking gebruik van niet-conventionele geneeswijzen.

Er is een tendens waarneembaar naar een menselijker geneeskunde waarin naar de patiënt als mens wordt gekeken en niet enkel naar een ziektebeeld. Vandaar de hernieuwde belangstelling voor traditionele geneeswijzen en zachtere geneeswijzen die minder gericht zijn op vernietiging van de ziekteverwekker, maar het menselijk lichaam veeleer het weerstandsvermogen pogen terug te geven om de ziekteverwekker het hoofd te bieden.

Dit betekent niet echter dat de conventionele en de niet-conventionele geneeskunde elkaar uitsluiten. Integendeel, zij kunnen elkaar juist aanvullen tot groot voordeel van de patiënt.’

Complementaire geneeswijzen bij psychische problematiek waarvoor wetenschappelijke bewijsvoering bestaat:

Kruidenpreparaten (o.a. Valeriaan, Ginkgo, Sint Janskruid)
Voedingssupplementen (SAMe, tryptofaan, visolie, foliumzuur, inositol, vitamine b12)
Biofeedback (zoals neurofeedback)
Massage
Mindfulness / meditatie
Leefstijlprogramma’s (bijvoorbeeld sport, voeding en relaxatie)
EMDR
Lichttherapie

Dit artikel verscheen in het Financieele Dagblad op 18 april 2009

Previous post:

Next post: